Niemand zit erop te wachten dat iemand van de overheid onverwacht op de stoep staat en de woning wil binnenkomen. Van belang is om te weten dat u geen toestemming hoeft te verlenen. De eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en privacy, is een fundamenteel recht, neergelegd in de Grondwet en het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens, dat niet zomaar ingeperkt mag worden. De omstandigheden waaronder mag worden binnengetreden, zijn dan ook vastgelegd in de wet, al blijft de vraag of een binnentreding rechtmatig is geweest nog regelmatig voer voor discussie in de rechtszaal.
Niet alleen de opsporingsambtenaren, zoals de politie of de FIOD, kunnen de bevoegdheid hebben om binnen te treden. Ook anderen kunnen deze bevoegdheid hebben, zoals (belasting)deurwaarders en toezichthouders die belast zijn met de naleving van wettelijke voorschriften, zoals de arbeidsinspectie. Ook kan worden gedacht aan iemand die een machtiging heeft gekregen van de burgemeester om binnen te treden. Dit kan het geval zijn in een noodsituatie of in het geval van overtreding van bepaalde Algemene Plaatselijke Verordeningen (APV’s). Degene die de woning wil binnentreden is verplicht om zich te legitimeren en om het doel van het binnentreden te melden. Laat nooit iemand binnen die dat niet kan.
Maar ook al wordt aan deze verplichtingen voldaan, is het uitgangspunt dat alleen mag worden binnengetreden door iemand aan wie hiertoe een wettelijke bevoegdheid is toegekend. De toestemming voor binnentreding moet zijn gegeven door een bewoner die de situatie voldoende begrijpt en kleine kinderen zijn niet zonder meer tot adequate wilsvorming in staat. Als de ene bewoner wel toestemming geeft, maar de ander uitdrukkelijk bezwaar maakt, telt de laatste. Als iemand zegt dat hij bewoner is, maar dat in feite niet is, mogen de opsporingsambtenaren dit volgens de jurisprudentie wel aannemen. Achteraf moet toetsbaar zijn dat toestemming is gegeven, bijvoorbeeld aan de hand van een proces-verbaal.
Als de toestemming ontbreekt is een machtiging vereist. Afhankelijk van het doel van binnentreden, zijn maar een paar instanties bevoegd tot het verlenen van een machtiging tot binnentreden, namelijk de advocaat-generaal bij het ressortsparket, de (hulp)officier van justitie en de burgemeester (voor andere doeleinden dan strafvordering). Als er alleen sprake is van een machtiging tot binnentreden, mag alleen zoekend worden rondgekeken. Hoewel zoekend rondkijken zich niet beperkt tot datgene wat in het zicht ligt, betekent dit wel dat bijvoorbeeld gesloten kasten of laden in beginsel niet mogen worden opengemaakt. Per geval zal moeten worden beoordeeld of aan de eisen van binnentreding en/of doorzoeking zijn voldaan. In spoedeisende situaties kan zonder voorafgaande machtiging worden binnengetreden, maar dan moet er wel sprake zijn van een ontdekking op heterdaad of van een verdenking van een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Maar ook al heeft de doorzoeking belastend materiaal opgeleverd, de vraag blijft of er daadwerkelijk een grond was voor binnentreding en doorzoeking en of er sprake was van een dringende noodzakelijkheid waardoor bepaalde machtigingen niet konden worden afgewacht.
Als achteraf blijkt dat een binnentreding in een woning onrechtmatig was, bijvoorbeeld omdat er geen redelijk vermoeden van schuld bestond en een machtiging niet had mogen worden afgegeven, leidt dit – afhankelijk van de ernst van het vormverzuim – in veel gevallen tot bewijsuitsluiting. Zowel in het bestuursrecht als in het strafrecht kan de rechter hier verstrekkende gevolgen aan verbinden, waarbij in sommige gevallen kan worden gedacht aan een vrijspraak. De rechter wil hiermee dan ook voor toekomstige gevallen het signaal uitzenden dat de opsporingsambtenaren niet lichtvaardig tot binnentreding en doorzoeking van woningen overgaan. Niet in de laatste plaats omdat het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer een van de belangrijkste fundamentele rechten is.
Mr. D.M. Penn